Bij een woning gaat het over een meterkast en een oprit. Bij een VvE gaat het eerst over toestemming en pas daarna over techniek. Dat maakt het traject langer, maar niet ingewikkelder – mits u de stappen in de goede volgorde zet.
Waar het bij een VvE op vastloopt en hoe u dat voorkomt.
Dit is de stap die het langst duurt en waar de meeste trajecten stranden. Kom niet met een vraag maar met een voorstel: wat het kost, wie wat betaalt, wat er met de gedeelde aanvoer gebeurt en hoe het verbruik wordt afgerekend. Wij leveren die onderbouwing aan.
Wij kijken naar de hoofdaansluiting, de beschikbare capaciteit, de route van de kabelgoot en de brandveiligheidseisen. Daar komt uit hoeveel laadpunten er kunnen zonder te verzwaren, en dat getal bepaalt vaak het hele plan.
De kabelgoot, de groepenkast en het lastverdeelsysteem. Dit gebeurt één keer, voor het hele complex, en wordt ruimer gedimensioneerd dan het aantal deelnemers van vandaag. Een tweede keer de garage openbreken is het duurste wat u kunt doen.
Per bewoner een paal met MID-meter, aangesloten op de gedeelde aanvoer. Vanaf dit punt is een nieuwe deelnemer een kwestie van uren in plaats van een project: de aanvoer ligt er al.
Reken voor het hele traject op enkele maanden, waarvan het grootste deel op de vergadering wacht en niet op ons. De technische uitvoering zelf is doorgaans een kwestie van dagen. Zie ook wat het kost en wat het oplevert.
Wij leveren de onderbouwing waarmee het bestuur naar de vergadering kan, inclusief kosten, verdeling en een tekening van de aanvoer.